Najaar 1980 – Het lijk is zoek

Het voorjaar en de zomer van 1980 worden gebruikt om het nieuwe toneeljaar voor te bereiden. Johan komt algauw met een voorstel op de proppen. Het blijkt een komische thriller te zijn. Intussen breidt Wonnebronne zich uit. Er komen nieuwe spelers en nieuwe medewerkers bij. En wat zeer belangrijk is, de opvoeringen van “Ik ben er… en ik blijf er” hebben spaarcentjes opgeleverd zodat we nu bijvoorbeeld ‘echte’ affiches kunnen laten drukken bij een ‘echte’ drukker. De repetities hebben vanaf nu plaats in de gemeenteschool te Oedelem en meer bepaald in het speelzaaltje van de kleuterschool. Er zijn bijna geen “grote mensen” stoelen te vinden en we zijn dan ook nu en dan verplicht om de kleine kleuterstoeltjes te gebruiken om de repetities te volgen.

In het bestuur wordt besloten om een meet intense reclamecampagne te voeren. Zo wordt in alle huizen van Groot-Beernem een “doodsbrief” verdeeld waarop alle inwoners opgeroepen worden om de opvoeringen van “Het lijk is zoek” bij te wonen. De doodsbrief is zo “echt” opgemaakt dat vele inwoners slechts bij een aandachtig lezen ervan opmerken dat het hier niet om een doodsbericht gaat maar op een aankondiging voor de komende toneelproductie. Er worden ook persoonlijke uitnodigingen gedrukt die door de leden van Wonnebronne naar virenden, kennissen en sympathisanten worden verstuurd.

Voor de opvoeringen te Oedelem verhuizen we van zaal Den Hoorn naar de sportzaal van de gemeenteschool. Deze zaal is echter helemaal niet ingericht voor een toneelopvoering. Er is geen podium, geen doek, geen coulissen,… Voor het podium gaan we ten rade bij het gemeentebestuur. Beernem beschikt niet zelf over een verplaatsbaar podium maar bij de gemeente Oostkamp kan er wel één gehuurd worden. Via Valère wordt een groot stuk beige stof gekocht dat al toneeldoek dienst doet.

Op 12 december 1980 is de première van “Het lijk is zoek” te Oedelem. De toeschouwers zijn verstomd. De kale sportzaal is omgetoverd tot een gezellige toneelzaal. Walter Dschuyter en Valère Vandeweghe, de “bazen” van de decorploeg hebben werkelijk wonderen verricht. “Het lijk is zoek” is een stuk met veel komische elementen. De grootste hilariteit te Oedelem ontstaat echter wanneer de alomgekende Henri Tramaseur op een bepaald moment in een lange witte onderbroek op scène verschijnt. De onderbroek en de onverbetelijke mimiek van Henri doen de Oedelemnaars gieren van het lachen.

Na nieuwjaar trekken we naar Beernem, meer bepaald naar zaal Berenheem. De opvoeringen kennen er een groot succes. Een moeilijk moment voor Paul Debruyne is in het begin van het 2de bedrijf wanneer hij zich bukt om zijn boekentas op te nemen en de naad van zijn geleende broek openscheurt over een lengte van 20 à 25 centimeter. Hij heeft echter geluk. Aan de reacties van het publiek merkt hij dat niemand iets opgemerkt heeft dankzij de slippenjan (een kontenkletser) boven zijn broek die de fatale zone gedekt laat. Kort daarna kan hij achter de coulissen stappen waar Yvonne Maenhout vlug een zwarte doek in zijn broek steekt. Dit blijkt echter geen gelukkige oplossing te zijn. Op scène is namelijk duidelijk te zien hoe die doek als een soort staart tussen de twee slippen van zijn kontenkletser komt gluren. Ook hierop komt echter geen reactie vanuit de zaal. Tijdens de pauze heeft zijn vrouw Rita met naald en draad het euvel definitief hersteld maar hij blijft voorzichtig bij het bukken.

Het volgende weekend slaat Wonnebronne de tenten op in St-Joris. Het is teven de eerste kennismaking met de mensen van de Lattenklieversgemeente met de nieuwe toneelvereniging. Tot nu toe zijn er ook geen inwoners van Sint-Joris lid van Wonnebronne. De opvoeringen kennen er een zeer groot succes. Er is heel veel volk komen kijken en iedereen is enthousiast over het vertoonde spektakel. Het is duidelijk, Sint-Joris mogen we niet meer overslaan bij de volgende opvoeringen. Toch nog een anekdote in verband met een opvoering in de kleinste gemeente van Groot-Beernem. In de loop van het stuk moet Paul Debruyne een glas cognac in één teug uitdrinken. Tijdens de vorige opvoeringen is de cognac altijd vervangen geworden door koude thee. Ook in Sint-Joris slaat hij het glas in één keer achterover maar… het blijkt echte cognac te zijn. Vóór die bewuste scène had hij het al behoorlijk warm op het podium maar door dit onverwachte drankje steeg de temperatuur inwendig nog een paar graden. Johan Bastiaensen heeft achteraf beweerd dat deze scène nooit zo levensecht is overgekomen als tijdens die bepaalde opvoering.

Ook nu wordt een bijkomende opvoering verzorgd in de feestzaal van het St-Amandusinstituut te Beernem. Het is duidelijk: Wonnebronne leeft en groeit.

Commentaar op onze verrichtingen komt zelfs mensen van buiten Groot-Beernem ten ore. Het ene brengt het andere met zich mee, kortom, we worden uitgenodigd om op zaterdag 28 maart 1981 “Het lijk is zoek” te Aalter in het Gemeentelijk Ontspanningscentrum op te voeren, ten voordele van de St-Agnesschool. Na raadpleging van de spelers en de technische ploeg wordt op het voorstel ingegaan. We voelen on vereerd en gevleid door de belangstelling. Er komt wel extra welk om het hoekje kijken in verband met het vervoer en het opzetten van de decors maar alles eindigt toch goed. De opvoering kent een grote bijval en de “zusterkes” van de school komen ons achter de coulissen van harte proficiat wensen.

Hiermee eindigt het 2de speeljaar van Wonnebronne of toch bijna. Als afsluiting hebben we immers een gezellig toneelfeest dat deze keer doorgaan in de eetzaal van de gemeenteschool te Oedelem. Het menu vermeldt een smakelijke breughelmaaltijd. Er wordt veel gegeten gelachen, gedronken en gedanst en … er wordt al gefluisterd over volgend jaar.

Om de contacten tussen de leden van Wonnebronne ook tijdens het “dode” tussenseizoen te behouden wordt elke laatste zondag van de maand een “aperitiefbijeenkomst” gehouden in café Vrijheidsboom te Oedelem. Zo zien we elkaar ook in de maanden dat er geen echte toneelactiviteiten op het programma staan. De tweede zondag van september 1981 is er een afvaardiging van Wonnebronne actief op de Breughelfeesten te Wingene. We krijgen de kans om in de stoet verschillende spreuken uit te beelden en om deel te nemen aan de traditionele Breughelmaaltijd en intussen is het nieuwe toneelseizoen al begonnen…

Affiche

02_Affiche_Het lijk is zoek_productie Wonnebronne_najaar 1980

Rolverdeling:

  • Faith Barraclough, erfename: Yvonne Maenhout
  • Mabel, kamermeisje: Lieve Dhaeze
  • Anne Baele: secretaresse: Jenny Van Hulle
  • Johnson, chauffeur: Herman Vanhaelemeesch
  • Blundell, notaris: Hugo Brabant
  • Mickleby, notaris: Paul Debruyne
  • Agnes, keukenmeid: Jacqueline Vanrenterghem
  • Brown, dokter: Henri Tramaseur
  • Sorrell, begrafenisondernemer: Hans Debruyne
  • In de loop van het stuk zullen nog twee andere figuren zich kenbaar maken

Verhaal:

De oude meneer Barraclough, eigenaar van het landgoed Greenacres, is overleden. Twee notarissen melden zich aan om de erfenis te regelen. Plots gebeuren er allerhande onvoorziene dingen: de erfgenamen zijn het niet eens, mensen verdwijnen, het lijk is zoek, het testament is vervalst, enz. De twee notarissen besluiten deze zonderlinge gebeurtenissen nader te onderzoeken. Tijdens deze speurtocht gebeuren er onvoorstelbare dingen die de toeschouwers doen huiveren en lachen.

Home » Voorbije producties » Najaar 1980 – Het lijk is zoek
Winkelwagen
Scroll naar boven

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten