Op 26 januari 1980 om 20u in zaal Reigerlo te Beernem is het zo ver. De allereerste opvoering door toneelvereniging Wonnebronne.
Alles loopt vlot tot de baron, gespeeld door Paul Debruyne, een fles champagne moet ontkurken en toasten met Nenette (Lieve Dhaese). Van pure zenuwen breekt de kurk af. De toneelmeester heeft dit echter voorzien en heeft vooraf een 2-tal flessen klaargezet. De baron neemt de 2e fles maar ook hier breekt de kurk af. Als gevolg van dit ongelukje moet echter een stuk tekst weggelaten worden. Alles verloopt echter goed en de toeschouwers hebben er niets van gemerkt….denken we.
Het volgende weekend wordt opgetreden in zaal Den Hoorn in Oedelem. Den Hoorn is echter een danszaal en helemaal niet ingericht om toneel te brengen. Zo moet er met cafétafels en houten platen een podium ineen geknutseld worden. Het plafond is er zo laag dat de decorpanelenmoeten ingekort worden en wanneer je dan op het trapje staat achteraan het decor kom je met je hoofd bijna tegen het plafond. Midden de dansvloer staat er een gemetselde fontein. De stoelen van de toeschouwers hebben we dan maar rond die fontein geplaatst. Hoewel Den Hoorn buiten het centrum van Oedelem ligt is er toch veel volk komen kijken. Het worden 2 geslaagde voorstellingen. Toch nog 1 anekdote i.v.m. de voorstelling op zaterdag. Op een bepaald moment zijn de kardinaal en Nenette in het kasteel aan het ‘picknicken’. Ze zitten in een gemakkelijke divan. Ze beleggen zelf hun boterham, eten een stukje worst en drinken een ‘slok’ landwijn als plots ….alle lichten uitvallen. Zowel op het podium als in de zaal is het pikdonker. Lieve en Johan Bastiaensen verliezen echter niet hun kalmte en blijven gewoon zitten. Lieve zegt: ‘een ogenblikje aub, straks eten we verder’. Norbert, technieker van dienst, kan na een paar minuten de zaak herstellen en de voorstelling kan ongestoord verdergezet worden.
2 weken later, 16 februari 1980, treden we op in zaal Berenhem te Beernem. Dit wordt een speciale voorstelling want de jury van het Algemeen Westvlaams Toneel komt deze voorstelling bijwonen i.v.m. het schiftingstornooi 1979-80 waaraan Wonnebronne deelneemt. Inderdaad, het bestuur heeft besloten toe te treden tot het AWT en het NVKT en in overleg met de spelers en de technische ploeg is besloten om meteen deel te nemen aan het schiftingstornooi. De zenuwen van de spelers zijn op 16 februari dan ook extra gespannen maar het wordt een mooie voorstelling met veel publiek en een aangename sfeer. Ook de jury denkt er positief over. Op de gouwdag van het AWT te Kachtem/Izegem op 26 april 1980 wordt immers meegedeeld dat Wonnebronne een eerste prijs behaald heeft met meer dan 70 procent van de punten. Van een geslaagd debuut gesproken!

De opvoeringen van ‘Ik ben er …en ik blijf er’ worden besloten met een voorstelling in het St. Amandsinstituut te Beernem. We krijgen er een publiek bestaande uit patiënten, personeel en mensen van Beernem zelf die gebruik willen maken van de laatste mogelijkheid om het stuk te bekijken.
Om alle medewerkers te belonen wordt dit eerste speeljaar van Wonnebronne afgesloten met een gezellig feest in café De Vrijheidsbron bij Cécile Vanhove. Het menu vermeldt een lekkere Gentse Waterzooi en er worden al volop plannen gemaakt voor het volgende toneelseizoen.
AFFICHE

Rolverdeling:
- Gisèle, gezelschapsdame: Jenny Van Hulle
- Hubert, de baron: Paul Debruyne
- Gravin de Mont Vermeil: Roos Pottie
- Patrice, de dienstbode: Luc Vromant
- Nenette, een meisje: Lieve Dhaeze
- Jef, haar verloofde: Herman Vanhaelemeersch
- Lucie, een dienstmeisje: Kristien Bouten
- Kardinaal: Johan Bastiaensen
Verhaal:
De jeugdige baron Hubert de Mon Vermeil heeft de eer en de faam van de familie in gevaar gebracht. Gelukkig weet zijn tante, de gravin de Mont Vermeil alles voor de buitenwereld gedekt te houden. Op een dag wordt de grote relatie van de familie verwacht: Zijne Eminentie de Kardinaal van Tramone… Enkele “onverwachte” gasten komen echter danig de zaak in de war sturen! Het wordt pas goed erg wanneer per vergissing ook nog een baby aan huis besteld wordt.
